VAKnieuws

Afstand van recht op advocaat Wvggz

Nr: 25075 Hoge Raad der Nederlanden, 11-07-2025 ECLI:NL:HR:2025:1138 Jurisprudentie Rechtsontwikkeling GGZ 6:4 Wvggz

Rechtsvraag

Betrokkene wilde niet worden bijgestaan door zijn advocaat. Mocht de rechter daaruit de conclusie trekken dat betrokkene afstand deed van het recht om door een advocaat te worden bijgestaan?

Overweging

De Hoge Raad oordeelt dat de rechter uit de mededeling door betrokkene dat hij niet bijgestaan wilde worden door zijn huidige advocaat, niet de conclusie mocht trekken dat hij ondubbelzinnig afstand had gedaan van zijn recht om te worden bijgestaan door een advocaat. De rechter had moeten onderzoeken of betrokkene toevoeging van een andere advocaat wenste. Het resultaat van dit onderzoek moet uit de beschikking blijken.

Lees verder
 

Aanbod getuigen horen

Nr: 25074 Hoge Raad der Nederlanden, 11-07-2025 ECLI:NL:HR:2025:1141 Jurisprudentie Rechtsontwikkeling Procesrecht art. 166 Rv jo. art. 168 Rv jo. art. 353 Rv

Rechtsvraag

Moet een aanbod tot het leveren van tegenbewijs middels het horen van getuigen nader gespecificeerd worden?

Overweging

De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet voorbij had mogen gaan aan het aanbod van de man tot het horen van getuigen. Dat de man niet nader heeft gespecificeerd waar de getuigen nog meer over zouden kunnen verklaren dan zij al op schrift hadden gedaan, is geen reden om zijn aanbod te passeren. Ook kon het hof zijn aanbod niet passeren op basis van de inhoud van de schriftelijke verklaringen, want dat is vooruit lopen op het bewijs dat nog geleverd kan worden.

Cursussen binnenkort:

Lees verder

Al onze cursussen

Centrum Permanente Educatie biedt hoogwaardige juridische cursussen, afgestemd op de praktijk en verzorgd met enthousiasme en expertise.

Bekijken
 

Vader is geen belanghebbende

Nr: 25077 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10-07-2025 ECLI:NL:GHARL:2025:4260 Jurisprudentie Geschilbeslechting Jeugdrecht
Procesrecht
Artikelen 806 lid 1 en 358 lid 2 Rv en 8 EVRM

Rechtsvraag

Is de vader belanghebbende bij de beslissingen over de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing?

Overweging

De vader heeft geen gezag over de minderjarige. De minderjarige is in het verleden een tijdje uit huis geplaatst geweest bij de vader. Daarnaast heeft de minderjarige een tijdje, toen hij was weggelopen uit de accomodatie waar hij geplaatst was, bij de vader verbleven. De GI heeft dit toen tijdelijk gedoogd. 

Het hof oordeelt dat de vader bij de voorliggende verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing geen belanghebbende is omdat hij geen ouderlijk gezag heeft over de minderjarige, en zijn recht op familieleven niet door deze beslissingen wordt geraakt. De ondertoezichtstelling gaat niet over het contact tussen de vader en de minderjarige. En de minderjarige heeft ook nooit zijn hoofdverblijfplaats bij de vader gehad.

Cursussen binnenkort:

Lees verder
 

Hoger beroep te laat ingediend

Nr: 25078 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10-07-2025 ECLI:NL:GHARL:2025:4253 Jurisprudentie Rechtseenheid Procesrecht 358 lid 2 Rv

Rechtsvraag

Is de man een 'niet verschenen belanghebbende' in de zin van artikel 358 lid 2 Rv?

Overweging

De man heeft drie jaar na datum beschikking hoger beroep ingesteld. In eerste aanleg is hij wel met een advocaat in de procedure verschenen en een verweerschrift ingediend. Die advocaat heeft zich vervolgens onttrokken. De man is niet ter mondelinge behandeling verschenen. Hij stelt dat hij niet wist dat er een mondelinge behandeling is geweest en dat er al een beschikking was gewezen, doordat hij geen advocaat meer had. Hij vindt dat hij moet worden gezien als een niet verschenen belanghebbende in de zin van artikel 358 lid 2 Rv, en dat hij daarom tijdig hoger beroep heeft ingesteld.

Het hof oordeelt dat de man te laat hoger beroep heeft ingesteld. Hij is een verschenen belanghebbende omdat hij in eerste aanleg met advocaat is verschenen in de procedure en een verweerschrift heeft ingediend. 

Cursussen binnenkort:

Lees verder
 

De GI moet een neutrale derde zijn

Nr: 25081 Rechtbank Noord-Nederland, 08-07-2025 ECLI:NL:RBNNE:2025:2680 Jurisprudentie Geschilbeslechting Jeugdrecht 1:255 BW; 1:260 BW

Rechtsvraag

Is de GI in casu nog wel in staat om als neutrale derde op te treden in het belang van het kind? 

Overweging

De kinderrechter vraagt de Raad voor de Kinderbescherming om te onderzoeken of de GI in casu nog wel in staat is om als neutrale derde op te treden en of de ondertoezichtstelling met de huidige jeugdbeschermers nog wel effectief kan zijn.  De kinderrechter kan zich namelijk niet aan de indruk onttrekken dat de jeugdbeschermers onderdeel zijn geworden van de strijd tussen de ouders en hun objectiviteit in de situatie zijn verloren.

Cursussen binnenkort:

Lees verder
 

Vermogen speelt een rol bij draagkracht

Nr: 25067 Gerechtshof Amsterdam, 08-07-2025 ECLI:NL:GHAMS:2025:1748 Jurisprudentie Rechtsontwikkeling Alimentatie 1:401 BW

Rechtsvraag

Mag van de gepensioneerde onderhoudsplichtige verwacht worden dat hij inteert op zijn vermogen of dat hij zijn vermogen rendabel maakt?

Overweging

Het hof overweegt als volgt. Voor de bepaling van de draagkracht van de onderhoudsplichtige, in dit geval de man, is niet alleen zijn inkomen van belang, maar ook de omvang van zijn vermogen. Daarbij gaat het niet alleen om de middelen waarover de onderhoudsplichtige beschikt, maar ook over die waarover hij kan of had kunnen beschikken. Of van een alimentatieplichtige kan worden gevergd dat hij inteert op zijn vermogen of dat rendabel maakt, hangt af van de omstandigheden van het geval.

Lees verder
 

Nieuwe ondertoezichtstelling uitgesproken in hoger beroep

Nr: 25080 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 03-07-2025 ECLI:NL:GHARL:2025:4094 Jurisprudentie Rechtsontwikkeling Jeugdrecht 1:255 BW; 1:260 BW

Rechtsvraag

Kan het hof een nieuwe ondertoezichtstelling uitspreken in een appel tegen een afwijzing van een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling?

Overweging

Het hof oordeelt dat het een nieuwe ondertoezichtstelling kan uitspreken. Het hof is van oordeel dat het niet zo kan zijn dat van een uitgesproken verlenging wel beroep open staat hetwelk tot een andere beslissing kan leiden en van een afwijzing niet. Ook een afwijzing moet door een hogere rechter kunnen worden getoetst en tot een andere beslissing kunnen leiden. Het hof is van oordeel dat het systeem van de wet meebrengt dat in geval het hof van oordeel is dat de rechtbank het verlengingsverzoek ten onrechte heeft afgewezen, het hof (opnieuw) een ondertoezichtstelling kan uitspreken, welke in tijd overigens wel beperkt is tot de einddatum van het oorspronkelijke door de GI gedane verleningsverzoek.

Cursussen binnenkort:

Lees verder
 

Voorlopige voorziening partneralimentatie mogelijk zolang de afwijzende beslissing in de bodem nog niet onherroepelijk is

Nr: 25082 Rechtbank Rotterdam, 02-07-2025 ECLI:NL:RBROT:2025:8821 Jurisprudentie Rechtseenheid Alimentatie
Echtscheiding
Procesrecht
821 Rv; 822 Rv; 826 Rv

Rechtsvraag

Kan de vrouw nog om een voorlopige voorziening partneralimentatie verzoeken nadat de rechtbank haar verzoek in de bodemprocedure heeft afgewezen?

Overweging

De rechtbank overweegt dat een voorlopige voorziening op grond van artikel 821 Rv kan worden verzocht tot het moment waarop zo'n voorziening haar kracht verliest. De man heeft hoger beroep aangetekend tegen de beslissing van de rechtbank in de bodemprocedure, maar niet tegen de afwijzing van de door de vrouw verzochte partneralimentatie. De vrouw kan nog incidenteel hoger beroep aantekenen tegen de afwijzing van haar verzoek om partneralimentatie en stelt dat zij ook van plan is dit te doen. De afwijzende beslissing ten aanzien van de partneralimentatie is dus nog niet onherroepelijk en daarom kan de vrouw een voorlopige voorziening partneralimentatie verzoeken.

Lees verder
 

Ouder mag kosten kind niet betalen van het vermogen van het kind

Nr: 25068 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 01-07-2025 ECLI:NL:GHARL:2025:4135 Jurisprudentie Rechtsontwikkeling Gezag en omgang 1:392 BW; 1:253i BW; 1:253j BW.

Rechtsvraag

Heeft de vader op onjuiste wijze uitvoering gegeven aan het bewind over het vermogen van zijn minderjarige dochter, door haar vermogen aan te wenden voor de kosten van haar levensonderhoud? 

Overweging

Het hof oordeelt dat de vader niet op een goede wijze uitvoering heeft gegeven aan het bewind over het vermogen van zijn minderjarige dochter. De met het gezag belaste ouders zijn ook gezamenlijk bewindvoerders over het vermogen van hun minderjarige kind. Zij moeten als een goed bewindvoerder handelen. De vader heeft de spaarrekening op naam van de minderjarige gesloten, en het geld overgemaakt naar zijn eigen rekening. Hij vindt dat hij dit bedrag niet aan de minderjarige hoeft terug te betalen omdat hij het geld heeft besteed aan haar levensonderhoud. Het hof overweegt dat op grond van artikel 1:392 BW de ouders verplicht zijn tot het verstrekken van levensonderhoud aan hun kinderen. Dat moet vanuit hun eigen inkomsten of vermogen worden gedaan en niet vanuit het vermogen van het kind.

Cursussen binnenkort:

Lees verder
 

Geen concrete ontwikkelingsbedreiging, geen ondertoezichtstelling

Nr: 25069 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 01-07-2025 ECLI:NL:GHARL:2025:4026 Jurisprudentie Rechtsontwikkeling Jeugdrecht 1:255 BW

Rechtsvraag

Kan de ondertoezichtstelling verlengd worden om te monitoren of het goed blijft gaan?

Overweging

Het hof oordeelt in deze zaak dat de rechtbank de ondertoezichtstelling ten onrechte heeft verlengd. Vast staat dat er ernstige ontwikkelingsbedreigingen waren, en om die reden is de minderjarige ook uit huis geplaatst geweest. De minderjarige woont nu weer bij de moeder. De gecertificeerde instelling heeft de verlenging van de ondertoezichtstelling verzocht om te monitoren of het goed blijft gaan. Het hof oordeelt dat de gecertificeerde instelling niet heeft gesteld en onderbouwd dat er nog sprake is van een concrete ernstige bedreiging in de ontwikkeling van de minderjarige. Het hof benadrukt in dit kader nadrukkelijk dat een ondertoezichtstelling is bedoeld om concrete ernstige ontwikkelingsbedreigingen weg te nemen, niet om de ontwikkeling van een minderjarige te volgen of om een vinger aan de pols te houden.

Cursussen binnenkort:

Lees verder
 

Teruggeleidingsverzoek

Nr: 25083 Gerechtshof Den Haag, 30-06-2025 ECLI:NL:GHDHA:2025:1363 Jurisprudentie Geschilbeslechting Internationale Kinderontvoering artikel 3 en artikel 13 van het Haagse Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen van 25 oktober 1980, Trb. 1987, 139 (hierna: het Verdrag)

Rechtsvraag

Is het kind ongeoorloofd overgebracht naar Nederland? Waar had het kind zijn gewone verblijfplaats voor de reis naar Nederland? Is er sprake van een weigeringsgrond ex artikel 13 van het Verdrag?

Overweging

De moeder is Amerikaans en de vader is Nederlands. De ouders hebben gezamenlijk gezag over de minderjarige. In 2024 zijn de ouders samen naar Amerika verhuisd. Zij hebben hun verhuizing gedurende twee jaar goed voorbereid. Zij spreken elkaar tegen over de intenties die zij hadden ten aanzien van de verhuizing. Het hof oordeelt dat de gewone verblijfplaats van de minderjarige door de verhuizing naar Amerika is overgegaan. De vader heeft de minderjarige ongeoorloofd overgebracht naar Nederland waardoor het kind in beginsel moet worden teruggebracht naar Amerika. De vader doet een beroep op de weigeringsgrond ex artikel 13 van het Verdrag. Hij stelt dat de moeder vanwege haar psychische gesteldheid niet in staat is voor het kind te zorgen. De bewijslast voor het beroep op de weigeringsgrond ligt bij de vader. Hij heeft zijn stelling onvoldoende bewezen. Het hof beslist daarom dat het kind moet worden teruggebracht naar Amerika, en wel naar de staat waar de moeder woont. De vader hoeft het kind niet terug te brengen naar het adres van de moeder. De bevoegde rechter ter plaatse moet beslissen over de vraag bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats zal hebben nu de ouders uit elkaar zijn.

Lees verder
 

Vrijstelling verplichte procesvertegenwoordiging gecertificeerde instelling

Nr: 25070 Hoge Raad der Nederlanden, 27-06-2025 ECLI:NL:HR:2025:1011 Jurisprudentie Rechtsontwikkeling Jeugdrecht
Procesrecht
1:274 lid 2 BW; 1:283 BW; 282 Rv; 278 Rv; 362 Rv

Rechtsvraag

Is de gecertificeerde instelling op grond van artikel 1:283 BW ook vrijgesteld van procesvertegenwoordiging bij het indienen van een verweerschrift en in een procedure in hoger beroep?

Overweging

De Hoge Raad oordeelt dat gelet op de wetsgeschiedenis, artikel 1:283 BW zo moet worden gelezen dat de vrijstelling van verplichte procesvertegenwoordiging voor de gecertificeerde instelling ook geldt bij het indienen van een verweerschrift, en ook in hoger beroep. 

Cursussen binnenkort:

Lees verder